Bericht 5
In mijn vorige bericht, nummer 4 van deze reis door Centraal Amerika, schreef ik over de revolutie in Nicaragua tegen het schrikbewind van Somoza. In het stadje Matagalpa bezocht ik een museum dat gewijd was aan dit onderwerp en daar nam ik een foto van de voorplaat van het boek ‘Nicaragua, a revolution under siege’, dat onder een vitrine lag. Hier, om er weer in te komen, nogmaals die voorplaat van dat boek.

Ik beloofde u toen om, indien nodig, mijn huis ondersteboven te keren om de dia boven water te krijgen die ik op 14 maart 1980 maakte van de kathedraal van Managua, dus slechts acht maanden na de revolutie. Na veel zoeken haalde ik waarachtig die dia van tussen ongeveer 36.000 andere dia’s vandaan. En hieruit kunt u concluderen dat ik ondertussen thuis ben en dat mijn reis afgelopen is.


Als ik toen geweten had dat deze dia 45 jaar later een historisch document zou worden, had ik nog wel een paar extra plaatjes van dichterbij geschoten, liefst ook met mezelf en mijn fiets er prominent voor, maar in die tijd was elke klik van de camera er één en was mijn hoeveelheid meegesleepte diafilms beperkt. Uiteraard bekeek ik, toen ik die dia van de kathedraal van Managua had gevonden, ook de andere dia’s uit die oude doos, want daar was ik na al die tijd toch wel een beetje benieuwd naar.
De ouderen (beter gezegd iets minder jongeren) onder ons zullen ongetwijfeld nog weten hoe het er in het dia-tijdperk aan toe ging: Vol spanning haalde je bij de fotograaf de ontwikkelde dia’s op, waar je een week of soms wel twee a drie weken op had moeten wachten. Dat ontwikkelen van de films kostte nu eenmaal tijd. Dan volgde het inramen, en als je verstandig was ook het nummeren en catalogiseren, van al die plaatjes. En gelukkig was ik wat dat betreft verstandig, want anders was die bewuste dia in de massa van tienduizenden andere dia’s ten onder gegaan.
Na dat alles verveelde ik gedurende enkele weken familie, vrienden en kennissen met al die plaatjes op de beruchte dia-avondjes. “Hé Piet, kom je vanavond gezellig dia’s kijken van mijn reis door Centraal Amerika?” En dan zei Piet uit beleefdheid “Ja”, en moest vervolgens de hele avond cola en koffie drinken om niet in slaap te vallen. Ik had een lamp met pijltje om kerken, ruïnes, bergtoppen, mezelf, grote keien op de weg en andere uiterst belangrijke details aan te wijzen op de op het scherm geprojecteerde dia’s, maar die gebruikte ik ook vaak om mijn gasten tijdens de voorstelling op het half dichtgevallen ooglid te schijnen als ze dreigden in te dommelen. (Ter geruststelling: in die tijd waren het nog erg onschuldige, zwakke gloeilampjes die in zo’n aanwijslamp zaten, geen laserlampen. Mijn toeschouwers liepen dus niet het risico op oogletsel).
Na een paar weken had iedereen in mijn omgeving, die beleefd genoeg was geweest om op mijn uitnodiging “Ja” te zeggen, de plaatjes gezien, waarna de lol er af was. De dia’s verdwenen in de dozen en die werden netjes naar de zolder of de kelder verbannen, waar ze bijna een halve eeuw bleven, want een jaar later had ik weer andere dia’s waarmee ik het geduld en incasseringsvermogen van mijn vrienden op de proef kon stellen.
Na al die jaren was ik natuurlijk razend benieuwd naar die oude dia’s. Het bekijken daarvan was nu zo mogelijk nog spannender dan het die eerste keer geweest was, direct na de reis. Helaas viel de kwaliteit van de dia’s wat tegen want bijna een halve eeuw veroudering doet een dia geen goed. Bovendien had ik in dat bijna grijze verleden, toen ik nog op de centen moest letten, helaas niet de beste films gekocht. Stom, maar ik had toen natuurlijk nog geen ervaring met het verkleuren van oude dia’s.
Wat ik in die oude doos ook vond was een serie van de Maya-ruïnes van Copan in Honduras, het buurland van Nicaragua. Een paar jaar geleden maakte ik een fietsreis door Zuid Mexico, Guatemala en Belize waarbij ik heel wat antieke Mayasteden bezocht. Daar schreef ik het boek ‘Een duizend meter hoge kerstboom’ over. Op die reis kwam ik echter niet in Honduras, waardoor ik Copan, toch wel een van de belangrijkere ruïnesteden van de Maya’s, niet bezocht. De hier volgende plaatjes vormen een aardige aanvulling op dat boek. Misschien een goed idee om die af te drukken en in uw exemplaar van dat boek te plakken?




Hoe mooi de driedimensionale legpuzzel van foto 6 ook gelukt moge zijn, toch hoop ik dat deze plek waar het Maya balspel werd bedreven er nog net zo uitziet als toen ik deze foto in 1980 maakte, want zulk soort nog grotendeels overeind staande, maar toch duidelijk door de tand des tijds aangevreten bouwwerken geven de bezoeker mijns inziens meer het idee rond te lopen in de oudheid dan wanneer het allemaal te netjes gerestaureerd is. Ik vrees echter dat ondertussen de hand van de restaurateurs hier hard heeft toegeslagen, zoals dat op zoveel andere prachtige ruïneplekken in de wereld is gebeurd. Restaureren is leuk en zelfs belangrijk, maar het moet wel ‘netjes’ gebeuren zodat het resultaat niet te netjes wordt.
Uit de doos die volgde op die eerste haalde ik nog een paar aardige plaatjes en die wil ik u niet onthouden.



Tot zover deze sprong terug in de tijd, naar mijn reis van 1979 en 1980 van zuidelijk Peru naar Colorado in de Verenigde Staten.
En dan nu naar die ‘speciale verrassing’ die ik aan het einde van mijn vorige bericht aankondigde: In het stadje Granada aan het grote meer van Nicaragua tuimelde ik met een snelheid van nog geen anderhalve kilometer per uur van een stoepje en smakte languit, als een zoutzak op de grond. Gevolg: gebroken middenvoetsbeentje, rechter voet en been in het gips en 6 weken verboden te fietsen. Einde reis, repatriëring naar Nederland en thuis wachten totdat ik weer op de fiets mag en kan klimmen. Dat was waarachtig een heel erg ‘speciale verrassing’, maar ook een heel erg speciaal onaangename verrassing en tevens een triest besluit van een mooie reis!
Meer dan 50 jaar heb ik met mijn fiets over de wereld gezworven, langs diepe ravijnen gereden, tot hoog in de bergen geklommen, over ijzingwekkend steile, ruwe bergpaden vol keien afgedaald, door gebieden getrokken die als gevaarlijk te boek stonden en mijn fiets door zandige, hete woestijnen geduwd met risico op uitdroging, maar nooit heb ik vroegtijdig mijn reis hoeven af te breken, hoewel enkele keren wel bijna. En dan breek ik mijn voet op een stoepje van 6 cm!!! Zo onverwacht kan het noodlot toeslaan!

Ik krijg een plat hoofd van het uit zelfverwijt en nijd tegen mijn voorhoofd slaan. Maar na zo’n zelfkastijding tracht ik mij optimistisch voor te houden dat het erger had kunnen zijn en dat die 6 cm toch altijd nog beter was dan 600 meter met mijn Santos en al het ravijn in, want dan zou er waarschijnlijk geen volgende reis meer zijn. Nu hoop ik komende zomer weer op de fiets te stappen voor een volgende reis.
Die oude doos met dia’s bracht me overigens op een idee. Om de tijd tussen nu en mijn volgende reis op te vullen ga ik zoeken in die andere oude dozen om u nog wat meer plaatjes uit de ijzertijd (stalen-frame-tijd) van mijn reizen te laten zien. Hier volgen al twee kort na elkaar gemaakte dia’s. Kunt u raden in welk land die genomen zijn?


Onder de goede inzenders wordt naar goed gebruik geen prijs verloot. Het gaat om de voldoening van het vinden van het juiste antwoord en dat is natuurlijk veel leuker dan een zak pepernoten, een chocoladeletter of een elektrische Tesla.
Tot de volgende keer als mijn voet hopelijk weer uit het gips is.